Arjan Krabbendam
Arjan Krabbendam is sinds 2006 eigenaar van Madbase, een bedrijf dat zich vooral richt op consultancy bij de aanschaf en implementatie van nieuwe ICT-systemen en medische apparatuur voor zorginstellingen. Ook capaciteitsplanning in zorginstellingen maakt onderdeel uit van Madbase.
Arjan studeert in 1998 af als elektrotechnisch ingenieur aan de Universiteit Twente met als specialisatie biomedische techniek. Zijn afstudeeropdracht voltooit hij aan het University College London, waar hij na het afronden van zijn studie nog een half jaar langer blijft om te werken aan een project waarbij een patiënte met een dwarslaesie weer mobiel werd dankzij inwendige elektrostimulatie. Dat is zijn eerste kennismaking met het implementeren van technische mogelijkheden in de gezondheidszorg en dat bevalt goed.
Europa
Als hij weer terug is in Nederland, gaat hij werken voor een klein bedrijf dat industriële software verkoopt aan grote bedrijven als bijvoorbeeld Siemens en Philips. De software is voor 80% klaar en de laatste 20% moet worden aangepast aan de wensen van de klant. Drie jaar lang reist Arjan door heel Europa om de software te implementeren, maar ook om trainingen te geven aan de werknemers die er mee gaan werken. ‘Dat was een prima tijd, vertelt hij. ‘Ik wilde veel van Europa zien en dat heb ik gedaan, maar na een jaar of drie ken je je huis en je vrienden niet meer. Meer dan 150 dagen per jaar in hotels en restaurants; daar krijg je op den duur genoeg van.’
Gezondheidszorg
Tijd om iets anders te zoeken en daarbij komt de gezondheidszorg in beeld, want het werken aan het dwarslaesieprobleem in Londen heeft hem duidelijk gemaakt dat hij met zijn kennis en kunde uitstekend in de gezondheidszorg terecht kan en dat hij graag een bijdrage wil leveren aan een betere zorg voor de patiënten in de instellingen. ‘Techniek alleen is niet interessant’, vindt Arjan. ‘Je moet het kunnen toepassen, het moet geen doel zijn op zich. Dat toepassen kan bij uitstek in de gezondheidszorg. Veel zorginstellingen schaffen medische apparatuur en ICT-toepassingen aan zonder zich voldoende bewust te zijn van de problemen die dat met zich mee kan brengen. Nieuwe systemen moeten aansluiten op de systemen die al in gebruik zijn én ze moeten voldoen aan de eisen die de professionals die ermee moeten werken er aan stellen. Daar moet je als organisatie tijdig rekening mee houden, anders loop je het risico de verkeerde systemen aan te schaffen. Bovendien: software is nooit perfect; wil het bij je organisatie passen, dan moet je altijd aanpassingen doen. Daar heb je professionele ondersteuning en kennis bij nodig. En die kan ik beide bieden.’ Hoewel hij natuurlijk bij uitstek veel verstand heeft van ICT voelt hij zich niet in eerste instantie ICT’er. ‘Mijn vak is de biomedische techniek. Ik heb geen zes jaar gestudeerd om alleen iets van computers te weten. Ik kan programmeren, weet hoe een computer werkt, maar kan het in een breder kader plaatsen. Met de biomedische vakken heb ik geleerd hoe het menselijk lichaam functioneert; ik weet hoe ECG apparatuur werkt of een EMG, dat soort zaken.’
Deventer Ziekenhuis

Arjan gaat aan de slag in het Deventer Ziekenhuis. Op het moment dat hij daar solliciteert is er net een project in voorbereiding om de afdelingen radiologie en de cardiologie te gaan digitaliseren. Bij de start van het project wordt hij projectleider. ‘Een gemaakte röntgenfoto of een film van een echo legt een heel traject af. Het moet worden afgedrukt en naar de specialisten worden gebracht ter beoordeling en daarna naar de aanvragende specialist als referentie. Vervolgens moeten ze ook nog ergens worden bewaard. Het risico bestaat dat je exemplaren kwijtraakt.’ Dat kan veel efficiënter: als de foto’s (of echo’s) digitaal worden gemaakt kunnen ze meteen doorgestuurd worden naar de betreffende professionals. Die kunnen hun commentaar er aan toevoegen en dat eventueel ook nog doorsturen. Bovendien kunnen de bestanden op een centrale plaats worden opgeslagen. ‘Het lijkt niet zo’n grote verandering’, legt Arjan uit. ‘Maar dat is het wel degelijk. Een fysieke foto heeft communicatiewaarde: als die op je bureau ligt moet je er iets mee. Een lampje dat knippert op je computer nodigt minder uit tot actie. Daar moeten mensen echt aan wennen.’ Naast de technische implementatie moeten de mensen die het systeem gebruiken ook leren om er mee om te gaan. Dus moet er uitleg en scholing worden gegeven. Ook dat is een taak die Arjan op zich neemt. Hij doet het soms zelf, laat en in een aantal gevallen door anderen doen, maar het moet wel gebeuren. ‘Daar komt zelfs marketing om de hoek kijken, want niet iedereen zit op zo’n vernieuwing te wachten. Een foto op een scherm is vaak kleiner, dan de ouderwetse afdrukken. En een scherm draai je niet zo makkelijk naar de patiënten om te laten zien wat er op de foto zichtbaar is. Daar moeten mensen aan wennen. Ik moet ze ervan overtuigen dat de verandering een verbetering is, dat het werken er makkelijker door wordt en dat nieuwe mogelijkheden opwegen tegen de nadelen. Het project in het Deventer Ziekenhuis is tot ieders tevredenheid afgesloten. ‘Dat is het belangrijkste onderdeel van mijn werk; natuurlijk moet alles werken, maar iedereen moet er blij mee zijn, dan pas ben ik tevreden!’
Madbase
Het aantal nieuwe projecten dat kan worden geïmplementeerd in een ziekenhuis is beperkt. Daarom begint Arjan in 2006 zijn eigen bedrijf: Madbase. Zo kan hij in meerdere zorginstellingen aan het werk. Arjan: ‘Dat wilde ik al langer; er is in zorginstellingen nog zo veel te doen, daar wil ik graag mijn ervaring inzetten. Ik laat er een langgekoesterde droom mee in vervulling gaan, helemaal zelf verantwoordelijk zijn voor wat ik doe. Als zelfstandige kom ik beter tot mijn recht. Ik kan mijn eigen projecten kiezen en daardoor veelzijdig werken. Daarbij kijk ik naar de inrichting van het proces ter plaatse, hoe een instelling werkt, welke processen er lopen, welke keuzes er moeten worden gemaakt. Welke technische faciliteiten zijn er nodig (waarvan instellingen vaak niet eens weten dat ze er zijn) om goed te kunnen samenwerken? Meedenken en bepalen hoe de nieuwe techniek leidt tot betere zorg, dát maakt dit werk zo boeiend!’